DIY Persoonlijk

Multitasken kan wel, mits …

Multitasken is alleen mogelijk als het merendeel van de activiteiten onbewust gebeurt of als je echt verschillende inputkanalen gebruikt.

BloedbreinMultitasking. Een mooi woord dat aangeeft dat we meer taken tegelijk zouden kunnen doen. In veel werksituaties krijgen we een hoop taken tegelijkertijd op ons bord. Dat is geen punt, mits we die taken ook ooit afronden. En daarin schuilt vaak het probleem: de stapel werk groeit en groeit en daardoor ervaren we steeds meer druk. Terwijl het vaak weinig moeite kost taken een voor een af te ronden..

Echt multitasken of mentaal zappen kan alleen maar als we de meeste van die taken onbewust kunnen doen. We kunnen autorijden, naar de radio luisteren en tegelijkertijd kletsen met onze medepassagiers. Maar als we op onbekend terrein zijn of een moeilijk gesprek voeren, gaat de radio toch het liefst uit. Concentratie is dan echt noodzakelijk.

Onze hersenen zijn gewoonweg niet gebouwd voor multitasking. Individuele taken voeren ze achter elkaar uit. Doen we veel tegelijkertijd, dan moeten onze aandacht vaak verspringen en dat betekent: iedere keer weer opnieuw oppakken waar we waren gebleven. Multitasken vereist heel veel stuurinformatie en vertraagt ons. Rij maar eens achter een telefonerende automobilist: de snelheid van zijn auto vertraagt.

Je hersenen krijgen per minuut een afgemeten hoeveelheid bloed en daarmee energie. Het brein moet die energie verdelen over meerdere taken en meerdere hersendelen. Per deel blijft er minder energie over als je aan het multitasken bent.

Overigens zijn de hersenen op dit gebied wél met computers te vergelijken. De taken worden echt achter elkaar uitgevoerd en niet parallel. Iedere taak krijgt van enkele milliseconden tot drie seconden breintijd. Maar de manager in je hoofd, de prefrontale cortex, heeft het wel een stuk moeilijker als hij van meerdere taken alles bij moet houden.

En hoe zit het dan met die pianist? Dat experiment toonde namelijk aan dat je een pianist twee complexe taken tegelijkertijd kunt laten uitvoeren: een nieuw stuk spelen en een voorgelezen tekst kunt laten herhalen. Het antwoord is dat verschillende inputkanalen werden gebruikt. Het pianostuk zag hij voor zich (‘zien’) en de tekst werd voorgelezen (‘horen’). Daar leren we dus uit dat je wel kunt multitasken als je verschillende invoermedia gebruik. Dat komt weer omdat die kanalen verschillende delen van je hersenen activeren.

Wat kun je dan wel doen?

  • Focus voor 12 minuten.
  • Geef gerichte aandacht.
  • Als je echt wilt multitasken, zorgen dan dat de taken verschillende invoerkanalen (bijvoorbeeld zien, horen, bewegen, voelen) gebruiken.
  • Lees deze bijdrage nog eens.

En jullie tips?

over de auteur

Guus Pijpers

Guus Pijpers is Managing Director van Acuerdis. Hij helpt mensen hoe ze informatie effectief moeten inzetten en gebruiken.

Guus is auteur van meer dan 7 boeken en tientallen artikelen over het informatiegedrag van mensen. Zijn interesses zijn informatiegedrag van (top)managers, slimmer werken en leven met informatie, onze hersenen en de zachte kant van informatie. Zijn nieuwste Nederlandstalige boek, Het informatieparadijs – Slimmer Werken met minder informatie , is in juni 2011 verschenen bij Haystack .
Zijn nieuwste Engelstalige boek, Information Overload: A System for Better Managing Everyday Data, is in augustus 2010 wereldwijd verschenen bij John Wiley & Sons, New York.

Reageer

5 Reacties

  • Dit is hele interessante informatie wat mij betreft. En wel hierom: Wij (VCE) testen veel mensen voor rampenbeheersingsorganisaties, zo ook voor de functie van ‘centralist’. Wat daarbij opvalt is dat mensen die die functie ambiëren vaak een sterke focus bezitten en dikwijls ook de (onterechte) aanname dat zij zich in de functie van centralist kunnen focussen op één specifiek aandachtsgebied, namelijk de computer. Vervolgens blijkt dat juist het omgekeerde talent namelijk ‘aandachtspreiding’ vereist is, zodat relatief veel kandidaten voor die functie worden afgewezen. Als ik dit artikel goed begrijp zou de functionele aandachtspreiding van centralisten, zeg maar het bereik van je noodzakelijke scope (met a bezig zijn en b,c en d niet aan je aandacht laten ontsnappen) verhoogd kunnen worden door een deel van de informatie via het beeldscherm (kijken, lezen) en een deel van de informatie gesproken (luisteren) op de centralist af te vuren. Kan ik me praktisch overigens nog moeilijk in inleven, maar dat is net als bij de pianist wellicht ook een kwestie van trainen en oefenen. Ik zal het eens ter sprake brengen bij mijn brandweerklanten.
    Onze indruk is trouwens wel dat de behoefte en ook het vermogen tot focussen (concentreren) en omgekeerd het vermogen ‘aandachtspreiding’ vrij sterk karakterologisch verankerd zijn. Het ene brein zal in aanleg met andere woorden gemakkelijker schakelen dan het andere brein en dat zal ongetwijfeld weer biologische / biogenetische oorzaken hebben.
    Kortom, leuke en leerzame bijdrage van Guus Pijpers wat mij betreft.

    Peter Vonk
    Adviseur / directeur http://www.vce.nl

  • Dank voor deze interessante bijdrage van Guus Pijpers. Helemaal uit het hart gegrepen! Sinds het volgen van een cursus GTD, ruim een jaar geleden, houd ik, wanneer ik achter mijn computer zit, een zeer gedetailleerd logboek in Excel bij, waarin ik met “Shift-Ctrl-:” de exacte tijd invoer en een nieuwe entry aanmaak, telkens wanneer ik iets anders begin te doen; telkens wanneer ik mijn actieve aandacht ergens anders op richt; telkens wanneer ik een andere activiteit ga ondernemen. Zo wordt dan niet alleen zichtbaar waarmee ik op een gegeven moment bezig ben, maar ook door welke andere activiteit de eerste activiteit onderbroken wordt. Op een gegeven moment kan dan blijken dat ik in wezen bezig ben met een onderbreking van een onderbreking van mijn oorspronkelijke activiteit. Zeer bewerkelijk en inspannend om op die manier een logboek bij te houden; noem het maar een bizar experiment in GTD. Maar het bevestigt wel bovenstaande bijdrage van Guus Pijper. En op een gegeven moment begint dan ook duidelijk te worden dat het eigenlijk vreselijk vermoeiend is om een bepaalde activiteit te onderbreken voor een andere activiteit, en daarna de oorspronkelijke activiteit weer op te pakken. (Sinds kort ben ik flink, en zet de automatische send-receive van mijn emailprogramma uit wanneer ik mij bezig houd met werk dat concentratie vergt. En wanneer ik mij écht diep moet kunnen concentreren, dan trek ik fysiek de plug van het internet eruit, en stel mijn mobiele telefoon zodanig in dat slechts een beperkt aantal mensen mij kan bellen.)

    Niet dat ik er nou persé reclame voor wil maken, maar op de site van David Allen (http://www.davidco.com/video/index.php) staat een leuke promovideo waarin David Allen het volgens mij zeer kernachtig uitdrukt: in plaats van over “multitasking”, zou je eigenlijk moeten spreken over “rapid refocussing.”

    Tijdens het schrijven van bovenstaande heb ik een banaan gepeld en daar een paar hapjes van genomen, zonder dat dat mij stoorde bij het schrijven. Heb ik dus tóch nog een beetje aan multitasking gedaan!

    Maar ziedaar mijn zoon van bijna drie komt naar mij toe om dag te zeggen. Tegelijkertijd verder schrijven en met mijn zoon praten is een onmogelijkheid. Dus ik brei nu meteen een punt aan dit geschrijf en druk op send.

  • Mooi stuk. Eindelijk iemand die niet roept: het kan of het kan niet. Ja, multi tasken kan, maar je kan niet alles multi tasken. Autorijden en radio luisteren kan, lezen en schrijven tegelijk bijna niet (lezen en piano spelen / muziek maken blijkbaar weer wel).

    Ik geloof dat als je naar de Generatie Y kijkt waar ze vaak over zeggen: die multi tasken, dat je daar ziet dat het ‘fast switching’ is. Ze kunnen gewoon veel sneller dan de meeste mensen hun aandacht weer focussen op één ding. Dus wel een MSN conversatie aanhouden tijdens het huiswerk. Gemiddeld heeft Microsoft ooit berekend kost het 20 minuten om na interruptie weer helemaal in focus te zijn op een hele moeilijke taak… De productiviteitsstijgingen die te halen zijn door dus niet onderbroken te worden of door wel snel weer te switchen zijn dus huge.

  • Mijn oudste dochter (10) heeft ADD wat inhoudt dat ze heel goed, zeg maar te goed is in ‘fast switchen’. Dat maakt haar uitermate creatief maar ook heel snel afgeleid. Iets afmaken is erg moeilijk want ….. er komt weer een vlinder, rupsje, of wat anders voorbij. Oh, is de dag nu al om? (grote oprechte verbazing). Het resulaat was continu stress omdat ze voor haar gevoel zoveel moest zonder daar tijd voor te hebben, laat staan tijd om te spelen. (De onderbrekingen werden natuurlijk door niet gezien als speeltijd)

    Ze kon dus wel een lifehack gebruiken zeg maar. Inmiddels heb we haar aangewend om samen met pa of ma eerst een actielijstje voor de dag te maken en die acties te plannen in de tijd. Dit helpt haar om gefocust te blijven, ze hoeft nu haar aandacht alleen maar te richten op de actuele taak. Die rust heeft ze nu omdat ze door het plannen weet dat er voldoende tijd is voor andere dingen en dat er ook tijd is om lekker te doen waar ze zin in heeft. De rust omdat ze geen taken hoeft te onthouden heeft ook een behoorlijke bijdrage.

    Wel een eigenwijs gezicht hoor een 10-jarige die met een ‘Things to do today’ blok haar huiswerk en andere activiteiten plant. School heeft het inmiddels ook opgepakt, haar manier van werken wordt nu opgenomen in het voorbereidende verhaal voor de middelbare school.

    Terug naar het oorspronkelijke verhaal. Ik geloof ook niet zo in multi-tasking, mensen die er wel goed toe in staat zijn doen dit m.i. ook op routine en intuitie (teruggrijpend op het oorspronkelijke voorbeeld: tijdens een eerste rijles lukt het ook niet om én te rijden én radio te luisteren én een gesprek te voeren).